Uit Toepoel’s Honden Encyclopaedie,uitgave 1952.

 

           Collie.(bearded of gebaarde).

            Hij gelijkt niet op de bekende Collie,maar veeleer op de oude Engelse Herdershond, of Bobtail,schoon hij kleiner en het hoofd puntiger is.

            Deze vergelijking is begrijpelijk;want behalve,dat zij mogelijk dezelfde  stam hebben, deden zij oorspronkelijk hetzelfde werk.

            Het ras moet zeer oud wezen en maakt de indruk daarvan.  Het is zeer schrander.

            Het wordt in Schotland nog veel op boerderijen gehouden voor alle werk.

            Zuivere exemplaren komen,zegt men,nog in de bergen voor.  In het z.g.Lowland zou het ras verbasterd wezen.

            De oude herders zien alleen in de een kleurige honden zuiver ras.

            De rossige zou uit de Hoog landen komen,de blauwige van de Border,de grens streek tussen Schotland en Engeland.

            Deze laatste zou de metgezel en helper geweest zijn van Hogg,de vermaarde herder van Ettrick. Overeenkomst met de Schapendoes.

 

               Vertaling der Raspunten,welke niet officieel zijn,daar er geen vereniging voor dit ras bestaat.

            Hoofd; Groot,vierkant,veel ruimte voor hersenen.

            Oren; Middelmatig groot,hangend,bedekt met haar.

            Ogen; Moeten in kleur passen bij de beharing;het kenschetsende porceleinen ogen,enkel of dubbel,behoort bij de “merle”kleur van haar.                     

            De ogen moeten nogal ver uit elkaar liggen, groot zacht en aanhankelijk zijn,maar mogen niet uitpuilen.

            Wenkbrauwen; Steken even uit en zijn bedekt met borstelig haar.

            Beharing; Een gebaarde Collie behoort een dikke huid te hebben met dubbele vacht, de onderste als een pels en de buitenste hard, sterk,ruig en ongekamd.

            De beenen, tot de voeten toe begroeid;niet kaal(1) zoals bij de beter bekende Collie.

            Kleur; Van geen betekenis,maar men geeft de voorkeur aan leiblauw of rossig; een witte kraag of wit op de benen is geen fout.

            Neus; Groot,vierkant en zwart,met weinig haar,wat afsteekt tegen de borstelige”baard”, die ter weerszijden van de neus loopt.

            Gebit; Zwaar en wit,nooit over-of onderbijten.

            Staart; Matig lang.moet bij matige gang laag worden gedragen en in volle snelheid gestrekt.

            Maten; Reu 20 tot 24 inches (bijna 51 tot 61 cm). Teven lager.

 

            Algeheel beeld; Een vlugge hond met niets van het zware van de Bobtail en die, hoewel hij stevig in elkaar zit, er niet te zwaar uit ziet.                           

            Het hoofd moet een scherpe, ondervragende uitdrukking hebben.

            Gebreken;Dikke,ronde ribben;de romp te zwaar;te kort; schrale, korte staart; smalle schedel; kale benen(1);te lange neus.

                       (1) Bedoeld wordt :kort behaard(Toepoel).   

         

Oude Publicaties.

Terug.

NADELEN VAN VROEGE CASTRATIE BIJ HONDEN

 

Drs. Amanda van Grondelle, dierenarts, verbonden aan WHG Westerhuis Kliniek voor Gezelschapsdieren, Dalwagen 29c,

6669 CA Dodewaard; T 0488-4 0040; www.whgdierenartsen.nl

N.B.  Onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen.  Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

Inleiding

 

Steeds vaker worden honden op jonge leeftijd al gecastreerd. Met ‘jong’ bedoel ik voor de leeftijd van 6 maanden. Deze trend komt voornamelijk overwaaien               uit de USA, waar om redenen van geboortebeperking dit beleid flink gestimuleerd wordt.

Voor alle duidelijkheid: met ’castratie’ wordt hier bedoeld het verwijderen van de testikels of de eierstokken.

Als ik het over gecastreerde honden heb, dan heb ik het dus zowel over reuen als teven. Voor meer uitleg over de termen castratie en sterilisatie is het nuttig om

het artikel uit onze bibliotheek over castratie en sterilisatie bij honden te lezen.

 

Nog afgezien van het feit dat er misschien wel sowieso teveel honden worden gecastreerd, zijn er in ieder geval nogal wat bezwaren tegen castratie op jonge leeftijd.

Er zijn althans aanwijzingen dat we op zijn minst voorzichtig en kritisch moeten zijn en blijven bij het volgen van dergelijke trends.

In onderstaand artikel zet ik de bezwaren voor u op een rij.

 

Urogenitaal Apparaat

Het vroeg castreren van reuen en teven leidt tot relatief onderontwikkelde uitwendige geslachtsdelen, zoals de penis en de vulva.

Dit kan ontstekingen van de voorhuid en de huid rond de vulva tot gevolg hebben. Door uitgebreid wetenschappelijk onderzoek is tevens aangetoond dat het vroeg castreren van teven, maar hoogst waarschijnlijk ook van reuen een grotere kans op de zogenaamde castratie onzindelijkheid met zich meebrengt.

 

Bewegingsapparaat

De geslachtshormonen die worden geproduceerd in de eierstokken (teef) of testikels (reu) van de hond spelen een belangrijke rol bij de groei.

Zo is in een aantal studies aangetoond dat bij vroege castratie de botten langer doorgroeien dan bij een intacte hond of een hond die op latere leeftijd gecastreerd wordt. Een hond die op jonge leeftijd gecastreerd wordt, zal dus langere maar lichtere botten krijgen. Het is niet zo moeilijk om te bedenken dat dit soort structurele veranderingen in de bouw van het skelet ook gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van het bewegingsapparaat.

Er is zelfs een onderzoek gedaan in Texas, waaruit zou blijken dat gecastreerde honden (overigens wordt hier niet gekeken naar de leeftijd waarop de castratie wordt uitgevoerd) een grotere kans op een voorste kruisbandlaesie zouden hebben.

En de kans op de ontwikkeling van heupdysplasie zou vergroot zijn ten gevolge van het op vroege leeftijd castreren van honden. Of deze studies daadwerkelijk valide genoeg zijn om deze conclusies te trekken, durf ik te betwijfelen. Maar dat vroeg castreren invloed heeft op de groei van het skelet is wetenschappelijk bewezen en dat dit mogelijk het ontstaan van bepaalde aandoeningen aan het bewegingsapparaat bevordert, is zeker niet ondenkbaar!

 

Tumoren

Een teef die vóór de 2e loosheid gecastreerd wordt, heeft een veel kleinere kans op het ontwikkelen van tumoren in de melkklieren op latere leeftijd in vergelijking

met een intacte teef of een teef die op latere leeftijd wordt gecastreerd. Maar wat betreft de invloed op het ontwikkelen van andere tumoren horen we andere, minder positieve geluiden met betrekking tot het vroeg castreren van honden. Zo zou de kans op het voorkomen van een haemangiosarcoom (een relatief veel

voorkomende tumor die o.a. voorkomt in het hart en de milt bij honden) groter zijn bij gecastreerde honden dan bij niet gecastreerde honden.

Er zijn twee studies waaruit blijkt dat (vroeg) gecastreerde honden meer kans hebben op het ontwikkelen van botkanker (osteosarcoom).

Op zich niet zo gek, want we wisten al dat bij honden(rassen) die (extreem) groot zijn vaker botkanker voorkomt en vroeg castreren zorgt ervoor dat een hond

langer doorgroeit en dus veel groter wordt!

 

Er is ook gerede twijfel of het castreren van reuen, op welke leeftijd dan ook, de kans op het ontstaan van prostaatkanker verkleint.

Door sommige mensen wordt dit gunstige effect van castreren echter wel geclaimd.

Dit betekent overigens niet dat castratie van een reu met een bestaand chronische prostaatproblemen (ontsteking, vergroting, etc.) zinloos is!

 

Gedrag

Veel hondeneigenaren denken dat hun hond rustiger en veel gemakkelijker wordt in de omgang na een castratie. Dit is echter niet zo zwart/wit als de meeste

mensen wel denken! Bepaalde vormen van ongewenst gedrag, waaronder vooral angst gerelateerde problemen zouden juist vaker voorkomen bij (vroeg)

gecastreerde honden vergeleken met intacte honden.

Vooral bij reuen met een angstig en onzeker karakter kan castratie mijns inziens leiden tot regelrechte angstagressie. Ook op latere leeftijd schijnt er verschil

te zijn in de achteruitgang van de cognitieve functies (dementieachtige verschijnselen) tussen gecastreerde reuen en intacte reuen.

 

Schildklier

Een gecastreerde hond wordt sneller te dik, dat weet bijna iedereen. Mogelijk heeft dat iets te maken met de verminderde werking van de schildklier na castratie.

In ieder geval is aangetoond, dat castratie de kans op een te traag werkende schildklier duidelijk vergroot!

 

Conclusies

Of het vroeg castreren van honden daadwerkelijk de kans op kruisbandletsels vergroot is mijns inziens niet helemaal duidelijk.

Het wel of niet ontstaan van een kruisbandletsel is van zoveel factoren afhankelijk, dat er bij een onderzoek naar het verschil in frequentie van voorkomen van kruisbandletsels bij gecastreerde versus niet gecastreerde honden al snel verkeerde conclusies getrokken kunnen worden als niet al deze factoren worden

meegewogen in het oordeel. Het zou dan ook niet juist zijn om op grond van dergelijke onderzoeken het vroeg castreren van honden volledig te veroordelen.

Er zijn echter redenen genoeg om, als we gewoon logisch redeneren, aan te nemen dat het op jonge leeftijd castreren van honden nogal wat gevolgen heeft voor

de ontwikkeling van een hond. Zowel op het lichamelijke als op het psychische vlak.

 

En laten we het vraagstuk eens van de andere kant bekijken: is het nou echt zo´n probleem om even te wachten met een eventuele castratie?

Er zijn, denk ik, maar weinig mensen die een loopse teef echt niet uit de buurt van een reu kunnen houden gedurende een periode van 3 weken.

 

De boodschap die ik wil overbrengen is dan ook deze: Zie het castreren van uw hond niet als iets dat ’zo hoort’ of als iets wat u hoe dan ook moet laten doen.

Overweeg goed wat de voordelen en nadelen zijn van het castreren van uw hond en als u besluit om uw hond te laten castreren, doe het dan niet te vroeg!

Wacht in ieder geval tot de hond uitgegroeid en uit ontwikkeld is, zowel op het lichamelijke als op het psychische vlak. Pas dan is de keus ook weloverwogen en

bewust te maken denk ik.

 

 

Drs. Amanda van Grondelle, dierenarts, verbonden aan WHG Westerhuis Kliniek voor Gezelschapsdieren,